| De man die zat te schreeuwen |
|
Daar zit hij dan, bij de poort van de stad Jericho. Elke dag wordt Bartimeüs hier gebracht, elke dag doet hij hetzelfde. Hij gaat zitten om te bedelen. Weet je, Bartimeüs is blind. Hij kan zelf zijn geld niet verdienen, als boer of timmerman. Daarom moet hij mensen vragen of ze hem wat geld willen geven. Van het geld dat hij krijgt, koopt hij zijn eten. Hij hoopt natuurlijk dat de mensen die langs lopen hem wat geld geven.
Binnenkort is er een feest in Jeruzalem. Veel mensen uit deze stad Jericho gaan daar naar toe. Dat is wel fijn voor hem, want dan lopen ze precies langs de poort waar hij zit, en dan krijgt hij best veel geld.
Bartimeüs hoort de mensen wel eens met elkaar praten. Soms gaat het over het weer, of de
Maar ja, hij zit hier nu eenmaal, zoals altijd… O, hij hoort voetstappen, dat is vast weer zo’n groep feestgangers. Nou, dat lijkt een grote groep, die voetstappen klinken wel heel dicht op elkaar! Wie weet hoeveel geld hij nu binnenhaalt!
Wat zijn ze druk aan het praten, zeg! Waar hebben ze het eigenlijk over? En het lijkt wel of hij iets bijzonders hoort. Bartimeüs luistert goed. Het is die Jezus, over wie hij gehoord had…! Zouden al die mensen zo dicht bij Hem willen zijn? Zou Jezus tussen al die mensen lopen? Zou… maar dan weet hij wat hij gaat doen…!
‘Jezúúús! Heb medelijden met mij!’ Bartimeüs roept het uit. Maar de mensen worden boos: ‘Zeg, houd eens gauw je mond dicht, schreeuw niet zo!’ Bartimeüs denkt: ‘Mag ik niet roepen? Ha, ze zijn zeker bang dat ze zelf niks meer van Jezus horen. Nou dat kan me niks schelen; ik wil Jezus gewoon wat vragen!’ En hij roept nog harder: ‘Jezúúús! Heb medelijden met mij!’
De mensen botsen tegen elkaar, ze gingen er vast vanuit dat Jezus wel door zou lopen. Maar Hij is zeker toch gestopt, en dan moeten zij ook wel. Jezus zegt iets, maar Bartimeüs kan het niet verstaan. Gelukkig, iemand uit de groep zegt het even. ‘Hé blinde, kom overeind, je hebt geluk man, sta maar op, Jezus zegt dat je mag komen!’ ‘Echt waar?!’ Bartimeüs springt op, gooit zijn jas van zich af en probeert de weg naar Jezus te vinden. Hier heeft hij zo naar uitgekeken!
Dan staat Bartimeüs voor Jezus. ‘Wat kan Ik voor je doen?’, vraagt Jezus. Zou Jezus dat niet weten? Bartimeüs wilde Jezus zo lang al wat vragen. ‘Meester, wilt U ervoor zorgen dat ik kan zien?!’ Hoor je wat hij zegt? Ja, hij noemt Jezus zijn Meester. Wat bijzonder eigenlijk. Een meester zegt meestal wat jij moet doen, en nu mag hij aan Jezus vragen wat Hij moet doen! Nou, Bartimeüs gelooft in Hem, dat weet hij zeker! ‘Omdat jij gelooft dat Ik blinde ogen beter kan maken, doe Ik het ook.’
Bartimeüs knippert met zijn ogen en... het eerste wat hij ziet, is Jezus! Hij ziet de kleuren, de blauwe lucht, alles is prachtig, maar het allermooiste wat hij ziet, zijn Jezus’ ogen! Hij ziet wat hij nodig heeft, geweldig! Wat is Bartimeüs blij! Natuurlijk gaat hij niet meer terug naar zijn plekje om te bedelen, hij blijft bij Jezus! Nu hij beter gemaakt is, wil hij nog veel meer van Jezus weten en met Hem meegaan.
Dit verhaal staat in de Bijbel. Je vindt het in het boek van Marcus. Kijk maar eens in hoofdstuk nummer 10 en dan begin je bij nummer (vers) 46 |
schapen in het veld, maar laatst hoorde hij wat over ene Jezus. Die Jezus moet een heel speciale Man zijn. Bartimeüs hoorde over de dingen die Hij doet… nou... als dat waar is! Dan zou hij die Man wel eens willen ontmoeten. Hij weet zelfs al wat hij Jezus zou willen vragen.