Te vreemd om waar te wezen?

Zie je die stoere mannen daar in het veld? Met deze mannen moet je geen ruzie krijgen. Deze mannen zijn herders.

 

Als herder moet je goed op de schapen passen. Soms komt er een wolf of een beer naar de kudde. Die lust dan wel een schaap. Dan moet de herder dat dier wel weg durven jagen of doden.Deze mannen kunnen dat wel.

 

Ik zal ze eens aan je voorstellen. Die ene grote man met die lange baard is Tobia. Die andere man bij het vuur is Jonathan. En daar zie je nog Gersom staan.

 

Als ik eens in het stadje Betlehem zou gaan vragen over de herders... dan zou ik vast niet zoveel moois horen. ‘De herders zijn liegbeesten’, zou iemand zeggen. Of: ‘Ze zijn heel gevaarlijk en niet te vertrouwen.’

 

Vanavond zitten de herders bij het vuur, niet ver van Betlehem. Jonathan kijkt nog eens om zich heen, maar er gebeurt niet zoveel. De schapen slapen lekker. Dan ineens is er een heel fel licht. Jonathan schrikt! Wat gebeurt er?! Hij valt op de grond.

 

Ook de andere herders, die grote stoere mannen, ze vallen allemaal op de grond. Het is een engel! Hij zegt: ‘Wees maar niet bang. Ik kom heel goed nieuws vertellen! Vandaag is in Betlehem jullie Redder geboren. Jullie kunnen Hem zelf opzoeken. De Redder ligt in een voerbak voor dieren, in doeken gewikkeld.’

 

Wat hoort Jonathan nu? Voorzichtig kijkt hij omhoog. Hij ziet niet alleen die ene engel, maar een heel grote groep engelen. Ze beginnen te zingen en het klinkt zo mooi! ‘Eer aan God in de hemel en op de aarde vrede voor alle mensen die Hij liefheeft’. Dan wordt het helemaal stil. De engelen zijn weg.

 

Jonathan kijkt verbaasd om zich heen. Was dit nou echt? Stel je eens voor zeg, de Redder in Betlehem! Al veel jaren praten de mensen over de Redder die zal komen. Die zal ervoor zorgen dat we God beter zullen leren kennen en door Hem mogen we weten dat God van ons wil houden. Maar wat bijzonder, denkt Jonathan, dat wij als herders dat als eerste mogen horen.

 

De andere herders kijken al net zo verbaasd. Zou het allemaal waar zijn? Er is maar één manier om daar achter te komen: op zoek gaan!

 

De stoere herders staan op. Ze laten de kudde achter, ze willen zó graag deze Redder zien! Daar is Betlehem al. Ze lopen door de stille straten. En dan... ze zien een jonge vrouw en een man, Maria en Jozef, en kijk eens in de voerbak… Precies zoals de engel had gezegd! Een baby’tje in doeken gewikkeld.

 

Zachtjes gaan de herders op hun knieën zitten, om de voerbak heen. Dan vertellen ze alles wat ze hebben meegemaakt aan Jozef en Maria. Die luisteren vol verbazing. Jonathan zegt heel blij:‘Door dit kindje zullen we God beter leren kennen en door Hem mogen we weten dat God van ons houdt.’

 

Jonathan vraagt zachtjes aan Maria hoe ze het kindje zullen noemen. ‘Jezus, is zijn naam’, zegt Maria. Die naam betekent Redder! Blij omdat ze zoiets bijzonders hebben meegemaakt, gaan de herders weer weg. Ze stralen er helemaal van. Jonathan kan het haast niet geloven dat hij als eerste dit mooie nieuws heeft mogen horen. Hij lacht en hij roept zomaar hardop: ‘Dank u wel Here God, ik houd van U! Dank U wel dat de Redder is gekomen.’

 

Tegen iedereen die hij tegenkomt, vertelt hij over dit wonder. ‘Mevrouw weet u het al?’ ‘Jij daar, heb je het al gehoord? Jezus is geboren! Jezus, zijn naam betekent Redder en ik heb Hem al gezien!’

 


Dit verhaal staat in de Bijbel. Je vindt het in het boek van Lucas. Begin maar eens te lezen in hoofdstuk nummer 2.