Het dorpje dat niks voorstelde

Kijk, daar loopt Jezus. Samen met Andreas, Simon Petrus en Johannes, drie vrienden die Hij heeft uitgekozen om met Hem mee te gaan. Maar wat doet Jezus? Hij kijkt steeds rond. Zou Hij iets kwijt zijn? Zou Hij op zoek zijn naar iemand? Hé, Hij loopt naar iemand toe.

‘Jou heb Ik gezocht. Jij hoort bij Mij’, zegt Jezus, ‘volg Mij.’

 

De drie vrienden kennen de man wel tegen wie Jezus tegen praat. Hij heet Filippus en ze kennen hem, omdat ze in hetzelfde dorp geboren zijn. Filippus zegt: ‘Jezus, ik ken iemand die vast ook bij U wil horen. Ik ga hem even roepen.’ En weg rent Filippus. ‘Natanaël, Natanaël!, luister eens, we hebben de Redder gevonden, die God aan ons heeft beloofd! Hij heet Jezus en is de zoon van Jozef uit Nazaret!’, roept Filippus hijgend als hij Natanaël bij zijn huis onder de vijgenboom ziet zitten. ‘Uit Nazaret? Uit Na-za-ret? Uit dat kleine gehucht? Uit dat onbelangrijke dorpje? Er is nog nooit een belangrijk iemand uit Nazaret  gekomen’, antwoordt Natanaël met een spottend lachje op zijn gezicht. ‘Nazaret is niet eens een hoofdstad, zoals Jeruzalem. Nazaret is een dorpje dat niks voorstelt. Zou daar de Redder vandaan kunnen komen? De Redder van de mensen zal op z’n minst uit een belangrijke stad komen’, denkt Natanaël. ‘Misschien komt Hij zelfs wel uit de hemel...’ ‘Het is echt waar!’, zegt Filippus. ‘Kom maar mee, als je het niet gelooft!’ ‘Nou, goed dan. Maar alleen omdat je het zo

vriendelijk vraagt.’ Natanaël staat op van zijn lekkere luierplekje onder de vijgenboom en gaat met Filippus mee.

 

Wanneer ze bij Jezus en zijn vrienden komen, zegt Jezus: ‘Kijk nou toch goed, Natanaël, je bent echt een heel eerlijke en oprechte man.’‘Hoe weet U dat nu? U hebt mij nog nooit gezien

of gesproken’, zegt Natanaël, terwijl hij grote verbaasde ogen opzet. ‘Natanaël, nog voor Filippus jou kwam halen, zag Ik jou al onder de vijgenboom zitten luieren!’, antwoordt Jezus en de ogen van Natanaël worden nog groter. ‘Hoe kan Jezus dat allemaal weten?’, denkt

Natanaël, ‘Want het klopt. Vlak voordat Filippus opgewonden bij me kwam, zat ik op mijn

lievelingsplekje in de tuin in de schaduw van de vijgenboom. Die Jezus kan nooit zómaar een

mens zijn, dat moet wel een heel bijzonder iemand zijn, dat Hij dat zomaar weet...’

 

‘Maar…maar’, stamelt Natanaël, ‘dat kan alleen maar betekenen dat… eh, U bent de Zoon van God! De Koning van Israël! De Redder van de mensen!’, lacht Natanaël. ‘Dus toch uit de hemel! Én uit Nazaret! Heel bijzonder’, denkt Natanaël. En Jezus lacht ook. ‘Natanaël, je gelooft in Mij, omdat Ik jou vertelde, dat Ik je onder de vijgenboom zag zitten. Maar echt, je zult nog veel meer bijzondere dingen zien en meemaken als je met Mij meegaat, als je Mij volgt! Daar kun je op rekenen! Ik ben gekomen om contact te maken tussen God en de hemel en de mensen op de aarde’, vertelt Jezus hem.

 

Natanaël gaat met Jezus mee. En hij heeft heel veel bijzondere dingen gezien, gehoord en meegemaakt.

En weet je… als jij in Jezus gelooft, zul je ook merken hoe bijzonder Hij is! Dit verhaal staat in de Bijbel.

 


Je vindt het in het boek van Johannes. Kijk maar eens in hoofdstuk nummer 1 en dan begin je bij nummertje (vers) 53.